Archief voor 2010

Het wel en wee van de postbodé

maandag, 27 december - 2010

Doe eens een dagje iets anders. Wel, ga er maar eens aan staan in twintig centimeter sneeuw. Help je voor kerst TNT de drukte door, krijg je er geen sleetje bij! Ik ploegde achter mijn moeder aan de sneeuw door met een stapeltje post en glimlachte om die pensionado die voor acht eutjes (bruto!) per uur de vakantie bij elkaar aan het sparen is. Laat staan als je daarmee je huur bij elkaar moet schrapen…

Enfin. Wij deden samen een weekje de post. In een luxepositie, daarvan zijn wij ons bewust. Ik het foldermeisje, mam de bode. Verschil moet er wezen niet waar? Als foldermeisje had ik het zwaar te verduren. De eerste dag waren er geen folders, dus ik kreeg het stapeltje post van nummer 1 tot 15. STAPEL beter gezegd. Dat is ergonomisch niet verantwoord, zouden wij in bureauland stellen. Maar ‘t hoort bij het lichamelijke werk. Dus daar ging Davinck goed gemutst (met van die bonte vleugels aan de zijkant) de wijk in.

Nou. Doe maar eens een klepje van de brievenbus open terwijl je veertig centimeter post op je arm hebt liggen. Als je bukt dan glijdt het deel dat op een plastic ingepakt tijdschriftje ligt er onvermijdelijk af. Keuzes dus. Bukken of door de knieën. (In mam school de ware postbode; zij wipte met de post zelf de bus open en schoof de stapel er in een vloeiende beweging in.) Op dat moment stond ik nog keuzes te maken tussen bukken of knakken.

Maar na het eerste wijkje sloegen wij de high five, vroeg ik wat we verdiend hadden (ik zat al aan een heerlijke lunch aan zee te denken) en riep mam vrolijk: “Bijna twee euro!” Dat is nog geen biertje in Portugal. Wij trokken verder…

Gaandeweg leer je waar de brievenbussen hangen, hoe je ze opent en welke aanlooproute je neemt. Alles wat ik ervan had verwacht, was waar. De romantiek die rond het post bezorgen hangt, stroomde door mijn aderen. Als iemand post kreeg uit Amerika, dan fantaseerde ik daar een jeugdliefde bij, stak ik een rouwbrief door de bus, dan leefde ik mee met de nabestaande die ik alleen bij brievenbus kende.

Geweld was er ook. Wij liepen in ons skipak langs ijskastelen van waaruit kinderen sneeuwballen op ons gooiden. De herder die mijn grijze haren eruit wilde trekken, moest hoog springen maar kreeg ze te pakken – en het verstandelijk gehandicapte kind met een tas vol sneeuwballen die na een halve dag rondlopen goed bevroren waren, gooide die (nadat ik hem mijn vriendelijke postbodelach had geschonken) heel hard tegen mijn oor.

Nu zit ik weer warm achter mijn peecee en mis het wel en wee van de postbodé. Aan al die TNT’ers die onzeker het nieuwe jaar in gaan: de romantiek blijft bestaan doordat ik maar een weekje (en één wijkje) uw werk heb gedaan, maar voor wie dit elke dag doet geldt slechts één woord: respect.

Foldermeisje (1)

maandag, 20 december - 2010

De hulp-Sinterklaas werd in het leven geroepen toen de kindjes te slim werden en zelf ook wel konden bedenken dat Sinterklaas met z’n lange tabberd niet op één avond over alle daken kon galopperen met Amerigo.

Mijn vader zette  in de jaren ‘80 ook eens de mijter op en bezocht de eerste klas  van mijn basisschool. Eén kleine koter was deze kersverse goedheiligman te slim af en draaide het hoedje van papier om toen hij voor m’n vader stond. Zijn naam die de juf daarop had geschreven zat daardoor op de achterkant van zijn hoofd.

“Nou Sinterklaas, zeg nu maar eens hoe ik heet. Dat weet u plotseling niet meer hè?” Toegegeven: slim kindje. Mijn vader sprak een beetje aarzelend, met een lage stem zodat het toch nog gewichtig klonk. Hij zal iets over ouderdom gezegd hebben misschien, maar op de naam van het kindje kwam hij natuurlijk niet.

Tevreden liep het jongetje met de handen in de zij weg. Hij had Sinterklaas wel door, die zogenaamd àlle namen van de kinderen kende. HA! Maar toen hij zich had omgedraaid riep mijn Sint met zware stem: “JASPER! Kom jij eens onmiddellijk terug bij de Sint!”, schrok het kereltje toch wel zo! Hij wist het dus TOCH, die ouwe baard!

Hoe kom je nu bij dit verhaal terwijl het eind december is en alle Sinterklazen hun baarden alweer hebben afgeschoren, denkt u wellicht. Ach ja, je zoekt eens een bruggetje. De ene keer is die wat langer dan de andere keer. Vandaag ben ik hulp-postbode. Dat is van een heel ander kaliber dan degene die cadeautjes door de schoorsteen gooit, ik hoef ook geen speciaal pakje aan (al heeft de TNT vast wat kleding over), maar deze week ben ik het foldermeisje van m’n moeder. In het kader van ‘Doe eens iets anders’. Of de zaken slecht gaan? Nee nee, wij sparen voor onze vakantie! Lees meer…

Foldermeisje (2)

maandag, 20 december - 2010

Twee jaar geleden won ik bij Qmusic een reis naar Portugal. (Ja, dat kan dus echt!) Ik had bij toeval de radiozender op Q staan en hoorde eigenlijk alleen: SMS a b of c naar dit nummer. Laat ik dat nu eens doen, dacht ik toen. Geen idee dat ik daarmee in de race was voor een reisje Portugal.

Ik heb dus ook zes rondjes in mijn tuin gerend toen de presentator na mijn ‘antwoord b’ zei: “JEEEE GAAAAAT NAAAARRRR PORTUGAAALLLLL!” Terwijl ik al schreeuwend aan mijn vierde rondje in de tuin bezig was (de raad opvolgend van de dame die, voordat ik in de uitzending kwam, mij subtiel door de hoorn fluisterde dat het wel fijn zou zijn als ik een beetje enthousiast reageerde) werd al een nieuwe tune ingezet; waarschijnlijk was ik iets té enthousiast.

Maar goed, ik ging dan ook naar Portugal. Ik vroeg m’n moeder mee. Fijn dat je eens iets terug kan geven. Het was zalig daar samen in het Zuiden. Na dat gratis reisje besloten wij dat dit een terugkerend evenement moest worden. Ik heb Qmusic maar niet meer ge-sms’t, want je schijnt de goden niet te mogen verzoeken. Een spaarpotje doet ‘t ook goed.

Mams trekt daarvoor speciaal een TNT-pak aan. Waar mijn vader vroeger hulp-Sinterklaas was, is mijn moeder nu hulp-postbode. En die hulp kunnen ze bij TNT goed gebruiken. We zouden overigens ook kunnen staken om onze steun te betuigen, maar daarmee maken we de belofte van Joost Prinsen niet waar: “Sure we can!” Enfin. Als mijn moeder op deze manier onze Portugal-spaarcenten verdient, dan is het minste wat ik kan doen een weekje haar foldermeisje zijn. Dat doe ik dus deze week. Da’s is weer eens iets anders!

Generatie U

maandag, 13 december - 2010

Een poosje geleden hadden we een reünie van de NHL Hogeschool in Leeuwarden. Tien jaar communicatielichtingen. Dan heb je aardig wat generaties bij elkaar. Je komt stagiaires tegen die bij jouw bureau zijn afgestudeerd (nieuwe generatie) en lieden die jou nog als groentje hebben begeleid op ‘t kennismakingskamp (oude generatie).

Mijn vader zei altijd, toen hij nog colleges gaf aan de HU, dat zijn studenten elk jaar steeds jonger werden – haha! Nu ik de afgelopen maanden zelf college gaf aan studenten van European Studies, ondervond ik aan den lijve wat hij daarmee bedoelde.

Twee weken terug kwam ik wat studentikoos (vond ik zelf) met een rugzakje de hogeschool binnen. ‘Ik doe niet onder voor de gemiddelde student hier’, dacht ik nog. Maar de eerste student die op mij afkwam en vroeg: “MEVROUW, weet U waar lokaal C1005 is?”, bracht me een klap in ‘t gezicht terug in de realiteit. Ik behoor nu zelf tot de oude generatie. (Voor hem dan.)

Toen ik nog studeerde was ik overigens ook een ontzettende u-zegger. Opvoeding. Maar hoe ouder je wordt, hoe sneller je tutoyeert, ook tegen de generatie waar je vroeger U tegen zei. Waar zit ‘m dat in?

Ik ben juist zo blij dat het verschil wat kleiner wordt. Het is wat mij betreft een vorm van respect; dat je elkaar gelijkwaardig behandelt. Een student die bij me kwam met een vraag (“Mevrouw… weet u…” etc.), keek me verbaasd aan toen ik dat benoemde en zei: “Het enige verschil is dat jij nog aan het studeren bent en dat ik heb gestudeerd.”

Ik dacht terug aan mijn opvoeding. Aan hoe blij ik ben dat ik in veel settings mijn weg kan vinden. Komt dat nu omdat ik heb geleerd pas te tutoyeren als iemand tegen me zegt dat ik niet hoef te vousvoyeren? Ik weet het niet. En ik denk er pas over na nu ik zelf ge-uud word…

Koetoeter (3)

maandag, 6 december - 2010

Kent u dat? Als je eenmaal je aandacht ergens op richt, dat je het betreffende fenomeen plots overal tegenkomt? Zo had ik eens een vriendje dat wekelijks op de racefiets zat. Nooit eerder zag ik eigenlijk wielrenners, maar vanaf het moment dat ik op hem verliefd was, reden ineens overal van die mannen in strakke pakjes heel hard op een fiets voorbij.

Bij het bureau waar ik voorheen werkte, schreef ik veel voor Landschapsbeheer Friesland. Daar werkte ik op een goede dag een rapport door over ‘de verpaarding van het landschap’ (ja, mooie titel inderdaad). Ik schreef een artikel over witte linten en de verrommeling van boerenerven. En jawel! Reed ik daarna in de trein door het Friese landschap, dan zag ik daar plots honderden witte linten rond rijdbakken.

Zo zie ik hier in mijn gemeente ineens talloze open megastallen. Gisteravond reden wij naar huis en telkens viel mijn oog op zo’n verblindende lichtbak. “Waarom kan die wand niet verduisterd worden?”, vroegen wij ons af. Sterker… waarom kan het licht niet gewoon uit? Slapen koeien ’s nachts niet meer? Niet gek dat de koe tegen de tijd dat het ochtend is, toetert in plaats van boet.

Mijn oog viel deze week op een artikel in het magazine National Geographic, dat (anno 2008) negen pagina’s aan lichtvervuiling besteedt. De schrijver refereert aan kassen nabij Almere die de hemel helder verlichten in de nacht. En ik herinnerde me de nacht waarin wij terugkwamen van vakantie. We vroegen ons af wat dat licht daar in de verte was. Almere dus. Nou, gefeliciteerd.

Nederland en België zijn de grootste lichtvervuilers van DE WERELD. Terwijl lichtvervuiling het gemakkelijkst op te lossen milieuprobleem is. Laten we beginnen in Littenseradiel door ’s nachts het licht uit te doen voor de koeien. De vogels raken zo langzamerhand de weg kwijt in Friesland. Cirkelen rondjes boven die lichtbakken en vallen van moeheid uit de lucht. Als Vinck kan ik dat niet verkroppen en ik ga broeden op een plan waardoor het hier weer donker wordt.

Ik wens u een fijne week. De hemel is helderblauw en de zon schijnt.

Geniet ervan; het is weer dag!

Koetoeter (1)

zondag, 28 november - 2010

Ik woon op een plek waar je ’s nachts de Melkweg ziet. En niet zoals vroeger toen ik in Utrecht woonde, dat je naar boven kijkt en denkt: zou dat ‘m zijn? Nee, gewoon: vol in beeld. Op deze plek voel je het universum. En je hoort niets. Het is die stilte, het is die ultieme ruimte, waar ik zo van houd. Toen ik deze ochtend ontwaakte en een rondje door de sneeuw liep, werd ik dan ook onaangenaam verrast door vreemde, harde geluiden uit het dorp. Ik kon er eerst niets van maken. Het klonk een beetje beangstigend. Alsof een koe in paniek door een toeter blies.

Een koe die door een toeter blaast? Ja, het is de enige vergelijking die recht doet aan dat geluid. Geen mooie donkere resonerende boe, maar een schelle, uitvergrote klank die absoluut niet past bij een koe. Ik stoorde me eraan merkte ik.

En vanavond, toen ik onder dat dak vol heldere sterren thuiskwam, wist ik waar dat nare geluid vandaan kwam. Normaal zie je mijn dorp niet als je komt aanrijden. Het ligt in het stille donkere Friese landschap. Nu reed ik af op een ruimteschip waarvan je verwacht dat het elk moment kan opstijgen: de nieuwe open megastal van de boer iets verderop.

(lees meer: vervolg koetoeter)

Koetoeter (2)

zondag, 28 november - 2010

De bouw van de stal zag ik al met lede ogen aan. Naïef genoeg dacht ik nog: misschien valt het mee straks. Maar dit monster van een gebouw dat precies voor de pittoreske ingang van ons dorp staat, ontneemt ons overdag niet alleen het zicht op de kerk die prachtig op een kleine terp staat, maar ’s avonds ook het zicht op de Melkweg.

Als mens voel ik daarover woede en verdriet. Als vogel raak ik simpelweg volledig de weg kwijt. En nu hoor ik ook nog dat de koeien niet blij klinken.

Dit weekend hebben we  de knotwilgen die hier aan de vaart staan, gered. De gemeente wilde ze rooien, te veel onderhoud, teveel kosten – ergo: de zaag erin. Gelukkig was de betreffende ambtenaar die onze protestbrief ontving ook een liefhebber van de natuur. Ze blijven staan dus. Soms is een goed gesprek genoeg om iets te redden. Maar hoe redden we Friesland van het opkomende nachtelijk licht? In het krantje van Littenseradiel las ik laatst dat ook de overbuurman een vergunning heeft aangevraagd voor zo’n open stal. Wij zijn straks omgeven door licht, koetoeters en ganzen die gakken dat ze de weg niet kunnen vinden.

Bizar genoeg woont deze boer ook nog eens letterlijk NAAST het natuurgebied It Skrins waar duizenden vogels hun thuis hebben. Daar staat straks een ruimteschip naast. Ik weet niet wat ik moet doen. Zonnebrillen uitdelen aan mijn gevleugelde vrienden, dat lijkt me de beste optie.

Ik zou echter willen dat ik tegen deze schaalvergroting op kon. Het was juist de reden om voor altijd in Friesland te blijven: die rust, de stilte, de ruimte.

De plek waar donker nog echt donker was.

Daar wordt ik niet vrolijk van!

vrijdag, 26 november - 2010

Het gebeurdt niet vaak dat je teksten leest waarvan je denkt: dit kan toch niet waar zijn? “Ik vraag me af waar de oorzaak ligt dat jullie die deetjes en teetjes maar niet onder de knie krijgen”, zei ik tegen de studenten aan wie ik drie opfriscolleges Nederlands geef. “Maar het dictee ging ook wel erg snel mevrouw. Voordat we erover konden nadenken, was u alweer bij de volgende zin.”
“Oh, lag het daar aan”, zei ik maar.

In gedachten ging ik terug naar de zinnen die me zo verwarten toen ik het dictee nakeek. Ik dacht: ik ga het omkeren. Ik ga laten zien hoe het niet moet, misschien is dat de oplossing! Dus terwijl ik bij het volgende college stoïcijns stam +t en het kofschip stond uit te leggen, lazen de studenten achter mij op het grote scherm:

Hij ramte tegen de deur.
Voelt jij je wel helemaal lekker?
Het is nu eenmaal gebeurdt.
Hij wielrente in die tijd nog.

Gezichtsuitdrukkingen met ‘Ja, duhuh’ vielen mij ten deel. Het duurde een paar minuten voor een student weifelend de vinger in de lucht stak: “Mevrouw, dat is toch niet goed wat daar staat?” Gek hoe snel dat werd opgepakt door studenten die tijdens het dictee nog hadden opgeschreven dat hij tegen de deur had geramt. Daar wordt jij toch ook niet vrolijk van?

Maar goed, ik vraag het u en mij wel af: waar ligt die oorzaak nu echt? Dat hbo-studenten de Nederlandse taal niet goed beheersen? Ik zou nog wel vijftig opfriscolleges willen geven. En dan begin ik gewoon elk college met de vraag waarom taal belangrijk is. Toon ik dit filmpje. Tover ik een lach op die gezichten en dan gaan we aan de slag. Want één ding is zeker:

Er is werk aan de winkel in Nederlandt!

Doe eens iets Ankers

zondag, 14 november - 2010

Eén keer in de zoveel tijd doen mijn vriendin Nynke en ik eens ‘iets anders’. Zo zijn we een keer met de wijkagent van Heechterp-Schieringen mee geweest, zo hebben we al eens een dagje met de gemeentewerkers in het perk gestaan, zo hebben we de boer geholpen met het melken van zijn zestig koeien en meer van die dingen die wij dagelijks niet doen. Waarom? Simpelweg om ervan doordrongen te raken hoe onze maatschappij in elkaar zit. Dat iedereen zijn eigen vak heeft. Dat mensen het (vaak) minder getroffen hebben dan wij. Als er iets op ons pad komt waarvan we denken: dat past bij ‘doe eens een dagje iets anders’, dan maken we een afspraak.

Zo kwam advocaat Wim Anker onlangs op mijn pad. Nou ja, niet geheel zonder reden; ik mocht hem interviewen voor Posipost. Een prachtig initiatief van een jonge vent die wel eens wat meer positief nieuws wil brengen. Dat daarvoor geen adverteerders te vinden waren, vind ik persoonlijk erg jammer. Niet omdat ik geschreven heb voor het blad, maar omdat zulke initiatieven bijzonder zeldzaam zijn en JUIST bestaansrecht verdienen.

Het bracht mij een mooie ontmoeting. Wim Anker was de eerste die gehoor gaf aan mijn verzoek het interview al wandelend te doen. Veel mensen gunnen zich daar geen tijd voor. Maar of je nu aan het bureau zit en je vragen stelt, of door de stad wandelt… Enfin. We spraken met elkaar. Ik vertelde hem later tijdens een borrel over wat Nynke en ik zo nu en dan doen. ‘Iets anders’. Anker nodigde ons uit mee te komen naar een ledenvergadering van de Rabobank waar hij een lezing zou houden over zijn vak. Zowel de ledenvergadering als de lezing bleek uiteindelijk te vallen onder onze titel.

Hoe overtuig je mensen dat je staat voor wat je doet? Helemaal als het iets betreft wat niet iedereen je in dank afneemt? Luister naar de gebroeders Anker. Vorige week waren zij te zien in de Wereld draait door. Ze kondigden daar de documentaire aan die over hen is gemaakt. Maandag 15 november 2010 wordt het tweede deel daarvan uitgezonden op Nederland 2, om 23:00 uur: NCRV Document Anker&Anker. Ik beveel u aan deze documentaire te zien, gewoon, om de wereld eens van een andere kant te bekijken.

————————————————————————————————————————————————-

En voor wie toch nog een beetje Posipost wenst, lees hier het portret van Anker: Posipost artikel Wim Anker

Dinsdagblogje

dinsdag, 9 november - 2010

Als je een site maakt waarop je op gezette tijden een blog plaatst, dan ben je jezelf – maar vooral je lezers – verplicht die blog ook te schrijven. Elke week. (Of voor sommigen: elke dag.) Iemand die dus weet dat hij daarin geen discipline heeft, die moet zo’n site niet willen. Ook al past het in deze tijd; het moet wel bij je passen.

Ook dat waarover je schrijft, moet bij je passen. My good old friend Alef (in communicatiekringen wordt wel eens aan hem gerefereerd als merkstrateeg) schrijft in zijn blogs over dingen die hem persoonlijk raken op het gebied van marketing, design, naamgeving of andere zaken. Gerichte blogs waarvan je weet dat ze alleen komen als Alef een interessant nieuwtje heeft. En als dat dan geplaatst wordt, weet je dat je een fijn rustmoment tijdens je werkdag hebt.

Met een nieuwe opdrachtgever van me, Wybo, (yes, mooie namen allemaal hè!) ben ik aan het brainstormen over zijn nieuwe site. Hij doet ZO veel dat het moeilijk te vatten is in een statische, bondig geschreven site. We zijn het erover eens dat hij zijn nieuwe projecten op gepaste tijden moet plaatsen, maar Wybo kent zichzelf: een dagelijks blogje zit er niet in. We moeten dus iets anders verzinnen. Iets creatiefs dat bij hem past.

Daar komen we uit. Na ons eerste gesprek heb ik hem een paar voorstellen gestuurd waarvan één een schot in de roos bleek. Vertel over dat schot, vertel over dat schot! Nou nee… ik geef ‘m nog niet weg. Wybo en ik plakken er eerst nog een brainstorm-sessie aan vast. Dat is het ‘m: voor creatie moet je tijd nemen. Rust. Ruimte. En dan weer opnieuw je hersenen ‘aan zetten’. Daar ontstaan mooie dingen door! Gelukkig heb ik opdrachtgevers die daar hetzelfde over denken.

Waarom ik gisteren geen blog schreef? Ik had een dagje relax gepland. Ja. Dat hoort er ook bij. Zorgen dat je hoofd leeg raakt. Dan is er weer ruimte voor het creatieve proces. Moet dat op maandag? Ja. JUIST op maandag. Vaste patronen doorbreken is ook deel van het proces. ‘Daar heb ik geen tijd voor’, denkt u misschien. WEHP! (Dat is zo’n irritant televisietoontje bij een fout antwoord.) >> Daar moet je tijd voor maken!

Dus vandaar – zie hier: mijn dinsdagblogje. En ik wens u vanzelfsprekend een fijne week.