Categorie: ‘Advies’

Pasen; het ultieme eetfestijn

donderdag, 28 maart - 2013

De wekkerradio, een oud concept. Ik heb ‘m heden ochtend het raam uit geflikkerd. Weg ermee! De reden? PASEN. Ja, u leest het goed. Pasen. Dit feest wordt mij teveel. En dat komt door de marketing. Wij worden en masse gesommeerd te eten. Daar komt haast geen vrije wil meer aan te pas. Het is Pasen wat de marketingklok slaat. Terwijl de helft van Nederland niet weet wat Pasen eigenlijk ook alweer inhoudt. (Korte opfriscursus van één zin: op Goede Vrijdag werd Jezus gekruisigd, met Pasen wordt de opstanding van Jezus Christus gevierd.)

Eerste vraag die rijst, is: waarom moeten we dan eigenlijk eieren eten? (Waar die haas vandaan komt die ze in een mandje brengt, is me  sowieso nog altijd een raadsel.) In Nederland eten we 32 MILJOEN eieren met Pasen! De traditie komt voort uit de 40 vastendagen die oorspronkelijk aan Pasen voorafgaan. Geen vlees en zuivelproducten. En na een vastenperiode van anderhalve maand, is het eerste eitje op ‘t bord natuurlijk een welkom geschenk.

Maar goed, ik zie ons niet vasten. Dat stukje slaan we voor het gemak even over. En na de niet-vasten-periode moeten wij (als niet-Christenen nota bene) meer eten dan ons lief is. We hoeven niet alleen meer eieren te eten bij het ontbijt, maar  we werken hele paasbroden weg, we verorberen de welbekende paashaasjes van zoet witbrood (met zo’n fluffig rozijntje als oog) en we zetten een boterkip of -schaap ter decoratie op tafel. We kunnen de bordjes vervolgens laten staan voor de PaasLUNCH (of we pakken ontbijt&lunch in één hap tijdens de BRUNCH. Slik. Weg.) De recept-topper die ik online vond: ‘Lekker! Tortilla-tosti’s’ met Pasen!’ (Tortillatosti’s???) En na de tosti maken we ons op voor de Paasborrelhapjes en niet te vergeten HET PAASDINER. Daarvoor moeten we volgens de reclame die uit mijn radio schalt het GOURMETSTEL weer uit de kast graven. Heel erg jaren ‘70.

En wij maar kopen. Het lijkt wel Kerst. Waarom? Waarom moeten we zoveel consumeren? En… waarom DOEN we dat dan ook met z’n allen? Mijn boodschap? Koop dit weekend gewoon een krop sla, maak er wat lekkers van met een stukje brood en nodig iemand uit die je al lang niet gezien hebt. Of wie weet; gewoon de buurman van hiernaast. (Kan ik in mijn geval direct even uitleggen waarom er een wekkerradio in z’n tuin ligt…) Fijne paasdagen.

Wordfeud-RSI

zondag, 25 november - 2012

Ik weet nog goed dat we thuis onze eerste Personal Computer kregen, de pc. Mijn vader kluste in de Lundia een uitschuifbaar plankje voor het toetsenbord en hij maakte ruimte voor het beeldscherm. De loeiende kast met daarin het moederbord stond daarbij aan de voeten. Het is trouwens een wonder dat die Lundia niet is ingestort onder het gewicht van dat enorme beeldscherm.

Op die pc hadden we een spelletje waarbij je tweedimensionaal kon golfsurfen op de Olympische Spelen. Dat stond garant voor honderd keer keihard met je wijsvinger op die pijltjescursor duwen voor je van die tweedimensionale plank af viel. Übercool echt. Het was in de tijd van MS Dos en WP 5.1. ~> Printje: Shift F7 als ik het mij goed herinner. Andere tijden zogezegd.

Er zijn overigens marketeers die nu op het digitale tijdperk inspelen door grote campagnes te verzinnen om het buitenspelen weer te promoten. GAAT HEEN!! Elke ouder met gezond verstand kan heel goed zelf bedenken dat  frisse lucht gezonder is dan een beeldscherm. Maar goed… lucht verkopen is ook een vak.

Het raggen op de cursor is er overigens niet meer bij; de kinderen van tegenwoordig zijn schuivers. Ze schuiven over dat tablet alsof ze in de baarmoeder al een cursus hebben gehad. Ongetwijfeld  hebben zij ook nooit last van een te dikke vinger waardoor er heel andere dingen gebeuren dan je zelf voor ogen hebt. Dit terzijde. Nu had ik mijzelf beloofd na het golfsurfen nooit meer te gamen. En toen ~ kwam scrabble op een appje. (Ja, ik weet het: in het westen kennen ze dat al langer, maar hier op ‘t platteland is het nu pas doorgedrongen.)

U moet weten dat ik speciaal een ergonomische kruk heb gekocht waardoor ik tijdens de typelarij netjes recht blijf zitten. Ik let altijd op mijn rechterarm. Ik heb het beeldscherm netjes recht voor me zodat ik ontspannen kan werken. Davinckie en RSI: geen combi.

EN TOEN ~ KWAM SCRABBLE OP EEN APPJE!

De ganse dag zit ik met dat mobieltje in m’n hand om te kijken of iemand al een woord heeft gelegd. Kop naar beneden gericht, arm in 90 graden gebogen om die phone op mijn hand te kunnen leggen en ineens was daar… DE TINTELING. Niet de euforische tintel omdat ik drie keer woordwaarde heb gelegd, maar een Wordfeud-RSI-tintel (die ik één week na mijn ontdekking van scrabble op een appje direct al heb!).

Schoudertje. Nekje. Armpje. Mietjes zijn het. Ik heb geen schuif-gen meegekregen toen ik werd gemaakt. (Kinderen van nu hebben dat wel. Evolutie noemen ze dat.) En ik denk met lichte weemoed terug aan de MS Dos-tijd. De tijd waarin we van mams maximaal een half uurtje met twee wijsvingers op de toetsen mochten raggen om vervolgens onze bal te pakken en op de dijk te gaan spelen. Ik zeg u: het is weer tijd voor die dijk. Het is weer tijd voor beweging en voor zuurstof in de longen!

U schrikt misschien: ‘Vinck, ga je nu zelf ook lucht verkopen?’ Het verschil zit ‘m hierin: ik vraag er geen geld voor. Het is een liefdevol, vrijblijvend advies. En voor de nieuwe generatie schuivers onder ons heb ik nog een heel ander (zij het zomers) voorstel; live buikschuiven is ook übercool! Gooi een bak groene zeep leeg op een groot stuk landbouwplastic, mik er een paar emmers water overheen en maak je eigen glijbaan. Wat ze in het westen niet kennen, dat kennen we hier dan weer wel. Neem een lange aanloop, maak een prachtige sprong en jakker keihard tien meter op je buik over de grond heen. Lekker schuiven. Lekker buiten. Lekker gezond. Probeer dat maar ’s op je tablet!

PS : aan mijn Wordfeut-vrienden… mijn arm heeft rust nodig. Ik word een Weekend-Feuter en een Buikschuiver. Je bent daarvoor komende zomer meer dan welkom in het weiland!

JAZEKER!!

dinsdag, 20 november - 2012

Op de radio is sinds kort een nieuwe reclame van de apotheek. De boodschap is geloof ik dat je allerhande vragen kunt stellen aan de apotheker. (JAZEKER! DE APOTHEKER!) Kijk, dat gebeurt er dus in mijn hoofd als ik die reclame hoor. Want die eindigt steevast met het woord apotheker (JAZEKER! DE APOTHEKER!).

Dat klopt niet Vinck. Misschien denkt u dat. Dat klopt. Want het was niet de apotheker, het was de HYpotheker die (volgens mij in de jaren ‘90) met die irritante reclame op de televisie kwam. Irritant, maar feit is wel dat het dus nooit uit mijn hoofd is verdwenen. Is het dan doeltreffend irritant? Bestaat dat überhaupt, doeltreffend irritant? Dat vraag ik me elke keer af als ik die reclame op de radio hoor. En ik vraag mij af of er een causaal verband bestaat tussen die reclame en het feit dat ik toen ik mijn huis kocht (JAZEKER!) dat via de Hypotheker deed. Ja, ze wisten het destijds aardig te verkopen.

Raar hoe reclame werkt. Ik heb er tijdens mijn communicatiestudie veel boeken over moeten lezen. Ik herinner me nog een poster waarop een glas drank stond afgebeeld met een ijsklontje. In dat ijsklontje zag je (als je goed keek!) een lekker wijf. Goed lichaam. Dat verkoopt. Kennelijk. Zelfs onbewust. Zal ooit iemand die mooie vrouw onbewust ontwaard hebben en daardoor het drankje hebben gekocht ? Ik weet het niet.

Ik weet wel dat sinds het klassieke stuk dat ik op m’n begrafenis zou willen horen, is gebruikt in een reclame voor hondenvoer (of was het nou die irritante toiletpapierreclame met een springende puppy?), ik niet meer normaal naar dat stuk kan luisteren zonder zo’n hijgende labrador voor me te zien. Als het bij andere mensen ook zo werkt in hun hoofd, dan kan ik maar beter besluiten geen cellosuite van Bach te laten horen als ik in de kist lig. Zo luisterden we dit weekend naar Radio 4 en ineens zag ik een schrobbende huisvrouw voor me omdat het schoonmaakmiddel Ajax in de jaren ‘90 zo nodig een klassiek stuk moest verbouwen tot iets waar je vrolijk op kunt zwabberen.

WAAROM onthoud ik dit soort dingen? Waarom zit dat opgeslagen in mijn geest?! En weerrrr: er staat hier inderdaad altijd Ajax in mijn gootsteenkastje. Causaal verband? Hoe worden wij onbewust beïnvloed? Dat gaat heel ver. Pak ik even de crisis erbij. Ik word moe van al het nieuws op de radio dat het zo slecht met ons gaat. Is dat werkelijk zo? Ja, het is anders dan voorheen, we moeten de zaken anders inrichten dan voorheen, maar gaat het waarlijk slecht met ons?

Deze ochtend werd ik wakker en dacht ik: als we dit nou eens als nieuwe standaard nemen? Het NU. Gewoon, zoals het NU is. Zonder terug te kijken naar hoe het was. U leest: ik ben geen econoom, maar toch, als we de huidige situatie nou eens als uitgangspunt nemen ~ dan is het gewoon goed zoals het is. Dat werkt een stuk relaxter kan ik u melden. We leven zonder oorlog in een vrij land. We kopen onbewust dingen, omdat we ons laten beïnvloeden door reclames. Zolang we dat doen, gaat het volgens mij niet zo heel slecht met ons.

Ja, op dat griepje na misschien. Maar ook daar is vanaf nu een oplossing voor:
vraag het de apotheker.

JAZEKER! DE APOTHEKER!

Netwerk

maandag, 15 oktober - 2012

“Nee, ja, maar we gaan ook iets doen met social media. We hebben al een Facebook-account aangemaakt.” (…) “En, wat gaat u daarmee doen dan? Wat is uw doel? Wie laat u toe tot dat account? Ergo: Wie zijn uw vrienden?” (…) “Eh, ja, m’n hele netwerk!”

Netwerk is een vrij breed begrip. Je hebt vrienden en familie, en je hebt ~ om het zo maar te noemen ~ zakelijke vrienden. Vroeger bestond er nog zoiets als het scheiden van zakelijk en privé, maar met de komst van social media is die scheidslijn steeds moeilijker te bepalen. Het is bovendien een beetje in het vergeethoekje geraakt. We denken niet meer na over die scheiding tussen zakelijk en privé. Sterker: ik behoor al tot een ouwelullengeneratie, want als ik een gastcollege geef op de NHL Hogeschool, dan merk ik dat studenten helemaal geen boodschap hebben aan het scheiden van zakelijk en privé. Die mixen van nature.

Ik ben daar geen voorstander van. Toon tijdens zo’n college ook aan waarom. Voorafgaand aan mijn training zoek ik de studenten online op. Twitter, LinkedIn, Facebook: ik haal hun uitspraken en foto’s van internet en zie daar een mooie jonge vrouw die zo gefotografeerd is dat je haar naakt kunt fantaseren. Ik zie een jonge vent die tijdens colleges twittert dat hij het ‘boooooring’ vindt en dat hij liever niks doet. Dat kun je één keer doen (ik heb ook wel eens zo in een collegestoel gehangen met een lichte kater van de vorige nacht), maar als je 2.077 van zulke tweets verspreidt (ik verzin het niet!), dan kan je toekomstige werkgever toch even achter z’n oren krabben: wat haalt hij met deze lamstraal in huis?

To Facebook or not to Facebook? That’s the question.

Toen ik laatst m’n nichtje zag, riep ik tot mijn eigen verbazing: “Wat is ze groooooot geworden!” Daarop werd ik direct op m’n plek gezet door m’n broer: “Ja, als je Facebook had, dan wist je dat al.” (Punt.)

Later liep ik in de supermarkt en liet mij door een kartonnetje overhalen een specifieke fles wijn te kopen. Op dat kartonnetje stond: ‘Win een reis naar Bali voor twee personen!’. Ja, ik weet het, ik heb zelf communicatie gestudeerd en toch koop ik die duurdere fles door die reclameboodschap. Thuisgekomen las ik echter pas dat ik naar Facebook moest gaan om de pagina ‘leuk te vinden’ en daarmee maakte ik kans op die reis. Op dezelfde manier ging een übercoole Volkswagenbusje-bbq aan m’n neus voorbij omdat ik geen Facebook heb.

Ik heb dat uit principe niet. Zakelijk gebruik ik LinkedIn en Twitter. Privé zou ik omwille van mijn snelgroeiende nichtje Facebooker kunnen worden, maar het staat me tegen dat ik vervolgens met het ‘leuk vinden van een pagina’ mij, met al mijn gegevens, link aan een organisatie die mij daarna ONGETWIJFELD digitale post gaat sturen met aanbiedingen waarop ik niet zit te wachten. Ben ik de laatste der mohikanen? Word ik oud? Moet ik naar een bijspijkercursus? Of valt er iets te zeggen voor het doordacht omgaan met social media?

Dat laatste adviseer ik mijn opdrachtgevers die zeggen dat ze ‘al een Facebookpagina hebben’. Waarom? Wat is het communicatiedoel? Is vooraf een marketingcommunicatieplan geschreven? Wie is de doelgroep? Wie wilt u bereiken en met welke boodschap? Bovendien: vermengt u met die Facebookpagina misschien ongewild uw privénetwerk met uw zakelijk netwerk? (M.a.w.: dan kan ook het zakelijk netwerk de foto’s van een snelgroeiend nichtje zien.) Ik pleit voor een social mediaplan.

Werkt u onder het motto: niet geschoten, altijd mis ~ of schiet u gericht en raakt u uw doelgroep? Ik zou voor het laatste kiezen. En zonder dat ik Facebookfan ben, denk ik daarover graag met u mee. Zie mij maar als de ideale mix: jong, met een kleine hang naar hoe ‘t vroeger was. Contact? Dat kan via m’n webformulier, volg me via Twitter, link me op LinkedIn, of stuur een kaartje. U weet ongetwijfeld wat mijn voorkeur geniet! (Kost iets meer moeite, maar wordt zeer gewaardeerd ;-) )

Het MES erin!

dinsdag, 28 augustus - 2012

Ergens tegenaan schoppen is altijd gemakkelijk. Vooral als je er zelf geen verstand van hebt. Iets met beste stuurlui die aan wal staan. Nu heb ik communicatie gestudeerd en je zou verwachten dat je dan ook tijdens de lessen reclame & voorlichting van het kaasplankje hebt genuttigd, maar ik geloof dat ik toen alleen maar de port heb gedronken. Die Franse kazen, het lag me nog niet zo.

Voor het vak vormgeving & reclame kregen we op een mooie zonnige middag de opdracht een ‘doosje’ te maken. Terug naar de kleuterschooltijd waarin je door het vouwen van een kartonnen papiertje ineens een vierkant bakje in je handen had. Ik kan u melden: dat lukte me toen al niet. Terwijl andere kleutertjes trots hun doosje als een dobbelsteen over tafel lieten rollen, had ik de benodigde inkepinkjes verkeerd geknipt waardoor er een soort in elkaar gestorte papieren piramide op m’n tafeltje lag.

Dat zou me vijftien jaar later niet nogmaals gebeuren! Dus stortte ik mij vol overgave op het doosje. En niet alleen de vormgeving was van belang, ook de BOODSCHAP. Toen ik het doosje (jawel!) na twee uren zweten prachtig gevouwen en geplakt op mijn bureau zag liggen, moest ik nog bedenken waar het doosje toe zou dienen. (Verkeerd om redeneren noemen we dat. Funest als het om communicatie gaat: met het middel beginnen en dan pas het doel bedenken.) Maar goed, zover was ik toen nog niet.

Wat past er in dat doosje?, dacht ik. Ah. Een onderbroekje! Ja! Past precies. En… eh… wat is dan de slogan? Want, bij reclame hoort altijd een slogan. (Als u dreigt af te haken omdat u denkt: “Is dit mijn communicatievrouw?” ~> er is veel veranderd! We praten over 1998. Eerstejaars student. Zoekende. Etc.) Maar goed, dat reclame mijn vak niet zou worden, zoveel was ook mijn docent duidelijk toen die de volgende dag het doosje in de lucht hield en hardop voorlas:

“Lingerie, helemaal zo gek nog nie!”

Dit ter inleiding. Ik zou dus de laatste moeten zijn die over reclame iets te zeggen heeft, maar wat ik afgelopen weekend beleefde, behoeft commentaar. Van wie dan ook. Ik kan daar niet omheen. De reclamemaker die dit bedacht, heeft namelijk zonder twijfel ook alle Franse kaasjes laten staan tijdens reclameles. Kan niet missen. Ons kent ons.

Wij staan op een festival te genieten van een podium vol muzikanten. Zon op ‘t gelaat. En op het moment dat de zanger van Racoon een lied aankondigt dat hij opdraagt aan vrienden van hem die hun kind aan kanker verloren, zien we boven de menigte ineens twee GIGANTISCH GROTE strandballen van SPITS! vliegen. (De krant: Spits!) Daar heeft iemand over nagedacht. Niet zo heel goed. Want: wat doet het met een muzikant als je je ziel en zaligheid blootlegt voor een publiek dat ondertussen met een bal van 1,5 meter doorsnede staat te spelen?

EN, wat vindt het publiek daarvan? Je staat te luisteren, de muziek raakt je, je bent stil, je krijgt een brok in je keel en plots een bal op je harses! Ik kan u melden: dat is niet fijn. Dan sla je als reclamemaker de plank volledig mis. Irritant. Dat is het enige woord dat daarbij past. Dus: het mes erin! Tegen de tijd dat Kytemen Orchestra zich klaarmaakte voor het optreden (waar overigens geen woorden voor zijn ~ zo bizàr mooi), zagen we die Spits!-bal plat op de grond liggen. Het mes was er inderdaad in gegaan. Terecht. Terug in die doos en retour afzender. Boodschap aan reclamemaker: ‘Eet eens een stukje brie, helemaal zo gek nog nie!’

Tekstschrijver

dinsdag, 14 augustus - 2012

“Hoezo, tekstschrijver? Wat bedoel je met: ‘tekst-schrijver’? Als je schrijft, dan schrijf je toch sowieso teksten? Da’s toch duidelijk?” Eh, ja, hoe je op zo’n opmerking dan ad rem moet reageren. Dat duurt bij mij altijd even. Het staat achter op m’n bagagedrager: ‘Marieke Vinckers – tekstschrijver’. Grappig genoeg kreeg ik dat plaatje een paar jaar geleden van mijn collega’s toen ik afscheid nam van het bureau. Zij verzorgen zodoende ‘postuum’ nog mijn reclame. Best tof.

Zelf regelde ik mijn fietstassen waarop ik ‘Davinckie’ heb gestempeld met van die coole authentieke stempelletters. Toen ik nog een auto had, kon dat niet. Niet goed voor de lak. (Tenzij je het laat doen, maar daar ben ik te eenpitterig voor. Dat geld kun je beter in andere dingen investeren.)

Maar goed. Tekstschrijver dus. “Je kunt ook sommen schrijven”, zei m’n gesprekspartner. Kan. (Hoewel je als opdrachtgever in dat geval het beste de keuze niet op mij kunt laten vallen. Een wortel trek ik doorgaans alleen uit de grond, veel verder kom ik niet. Als ik op m’n rekenmachine op = druk, dan schrijf ik de cijfers die daarop volgen klakkeloos over, het proces wat daar aan vooraf is gegaan met vreugde alweer vergeten. Nee. Doe mij maar tekst. Van letters woorden maken en met die woorden weer zinnen. Mooi werk.

“Schrijver ben je in mijn ogen alleen als je puur boeken schrijft. Sterker: als je enkel boeken schrijft. Ja. Dan mag je jezelf wat mij betreft schrijver noemen.” Ik zei het met overtuiging. Toch twijfelde ik toen ik op de fiets terug naar huis trapte. En aan jezelf twijfelen, dat mag best, want dat nodigt immers uit tot nader onderzoek. Goede oefening, voor iemand die artikelen schrijft. Thuisgekomen greep ik zodoende naar Van Dale. Tekstschrijver: (de (m.)’;vgl. er), ‘iem. die beroepsmatig het tekstschrijven beoefent.’ Tekstschrijverij… etc.

Zie hier. Mijn overtuiging was terecht en werd gestaafd door mijn maatje, mijn makker, mijn steun en toeverlaat; Van Dale ~ het groot woordenboek der Nederlandse taal. Toen ik laatst een borrel dronk met de oud-collega die dat mooie reclameplaatje voor me had gemaakt, bracht ze ter sprake dat wanneer je in Google op ’tekstschrijver Friesland’ zoekt, je bij de eerste regel op Davinckie stuit. Kijk. Dat is mooi. Zie hier namelijk het schoolvoorbeeld van een goede webtekst die uw vindbaarheid in Google verhoogt.

U las de bovenstaande tekst hopelijk met genoegen, u zich (wederom: hopelijk) niet storend aan het feit dat er 10x tekstschrijver in werd genoemd. De kracht van een goede webtekst zit hem in de juiste combinatie van zoekwoorden, zonder ze te veel of te weinig te gebruiken. In vaktermen noemen we dat SEO-teksten (Search Engine Optimalisation). Liever in het Nederlands: zoekmachinevriendelijke webteksten. Let wel: overdaad schaadt, dus ga als boekhouder nu niet direct 100x boekhouder verwerken in uw webteksten.

Ik kan me voorstellen dat u er wel eens meer over wilt weten. Davinckie adviseert graag (en die bedrijfsnaam noem ik dus niet voor niets; les 1). Als u nou denkt: ik heb meer met cijfers, of: schrijven is niet echt mijn ding, kijk, dan schrijf ik uiteraard graag voor u. Afspreken? Neem gerust contact met me op!

Da Duurzaam Vinckie

woensdag, 2 mei - 2012

“Je bent knettergek!” Toegegeven, dat hoor ik wel vaker. Komt me niet vreemd voor. Zelfs m’n moeder zegt al sinds ik kan lopen: “De dag dat jij normaal doet, word je van blijdschap weer gek!” Voor mensen die mij niet kennen: mijn moeder en ik hebben een zeer warme band. En voor potentiële opdrachtgevers: neem dat ‘gek’ met een korreltje zout. Ik weet m’n weg in communicatieland aardig te vinden.

Waarom knettergek dan? Welnu. ‘t Zit al een tijdje in mijn hoofd dat ik m’n auto wil verruilen voor een fiets. U moet weten, ik cruise aardig wat kilometertjes het land door. Soms kijk ik dan wel eens naar mezelf, zo van bovenaf, kent u dat? (Of doet niet iedereen dat?) Even afstand nemen en met een frisse blik de situatie aanschouwen. Ik zie mezelf dan met de voet stevig op het gaspedaal tussen al die andere cruisende mensen rijden en dan denk ik: pf, wat een gedoe eigenlijk.

Bovendien: als ik op m’n fiets door het Friese land rijd, dan ontstaan er mooie dingen in m’n hoofd. Creatie. Wat ik allemaal al niet bedacht heb op mijn fiets! Van Twittercampagnes tot kunstroutes; niets is te gek. De fiets geeft rust. De ruimte om mij heen wordt direct vertaald in creatieve ruimte voor de bovenkamer. Da’s prettig.

Nog een mooie: het gaat veel langzamer. (Langzamer?) Jawel, u leest het goed. (Is dat handig?) Het is maar hoe je dat bekijkt. Waarom is snel beter? Ik interviewde eens een directeur van een groot bedrijf. Je zag aan zijn lijf dat hij z’n verdiende loon rijkelijk naar binnen schoof. Ik gok dat hij van bier hield, maar ook van veel & goede wijnen, van varkens aan het spit en van, hoezee!; met crème fraiche gevulde aardappelpuree. Hij kon al staande zijn eigen voeten niet zien, zo lekker vond ‘ie alles! :-)

Enfin. Juist deze man interviewde ik over zijn duurzame leven. Hij vroeg me naar een biologische boerderij te komen waar hij in het weekend altijd zijn boodschappen deed. Mooi, dacht ik, dat mensen dat doen. Daar aangekomen manoeuvreerde ik mijn otootje tussen Big Fat Hummers en glimmende grote bakken door. (Verbruik eerstgenoemde: 1 op 6, ter info.) In de prut achter de varkensstal stapte ik uit. ‘Tout’ ‘t Gooi verzamelde zich kennelijk bij deze biologische boer om duurzaam te doen.

De directeur zei: “Je kent ongetwijfeld de term slow living.” (Eh, langzaam leven lijkt me?) “Nou, dit heeft alles te maken met ’slow food’. Je geniet meer. Je proeft alles beter. De smaak is voller. Ja. Slow living. Moet je doen.” Leuk altijd, dat zulke omhooggevallen braadkippen nooit een vraag stellen, maar steevast feiten presenteren en daarbij ongevraagd advies geven. Slow living is namelijk gewoon ‘Friesland’. En hier hebben we die hele Engelse term er niet bij nodig. Gewoan genytsje.

Gewoon genieten dus. En laat ik dat nou doen op m’n fiets, eerder dan in de auto. Davinckie gaat dus binnenkort over op duurzaam. Volgens mij is het een kwestie van een keuze maken. (Mindsetting, zeggen ze in het westen.) Een keuze om het anders te doen. “Maar, je kunt toch ook een elektrische auto kopen?”, zei een opdrachtgever van me. “Nee,” zei ik blij: “ik ga voor de elektrische fiets!” (…) “Doe normaal!”, riep ze. “Nee, nee, zeker niet, want dan word ik van blijdschap weer gek.” ;-)

Snel snel Davinckie!

dinsdag, 13 maart - 2012

‘Toet toet’ “Dat is snel, lijkt Overtoom wel!” Kent u ‘m nog? Mooie slogan. Blijft lekker hangen. Op mijn visitekaartje staat: ‘Geef mij uw woorden, ik schrijf het verhaal.’ Ik had er misschien beter bij kunnen zetten: ik neem de tijd voor uw verhaal.  (Dat betekent overigens niet dat ik langzaam werk.) Afgelopen week geschiedde het volgende: “Heb ik je wel verteld dat deze klus ‘BLOEDSPOED’ heeft?” Ah, een meneer die denkt dat door het woord ’spoed’ te noemen het schrijven sneller gaat. En beter. En sneller. En beter.  “Oh,” zei ik, “dan moet ik u teleurstellen. Ik doe namelijk niet aan bloedspoed.” (…) Het viel even stil aan de andere kant van de lijn, maar toen herpakte hij zich snel: “Dan moet ik even intern overleggen om te kijken of dit wel goed komt.”

Het is waar, ik doe niet aan spoedklussen. Toen ik net begon als freelancer attendeerde een opdrachtgever me daarop (ik heb dat namelijk op mijn site staan, dat ik daar wars van ben). “Vinck, dat kun je niet maken. Daar schrik je opdrachtgevers mee af.” Wel, ik denk van niet. Sterker, de ervaring leert mij ook dat het zo niet werkt. Spoed is namelijk een relatief begrip. Behalve in de geneeskunde, vanzelfsprekend.

Het zou toch niet best zijn dat een arts die werkt op de Eerste Hulp roept dat hij niet aan spoed doet wanneer er een drievoudige breuk met ingeklapte long binnenkomt. “Nee hoor, laat ‘m maar even liggen, ik heb eerst een andere klus!” Ze zien ‘m aankomen. Maar goed, ik ben dan ook niet voor niets geen medisch …-oog, ..-urg of …-ist geworden.

Ik ben een -er. Simpelweg schrijver. Freelance. Eenmanszaak. En zonder mijn vak tekort te willen doen: schrijven kan nooit een haastklus zijn. Bent u dus bezig met (ik noem maar wat) het ontwikkelen van een website? Neem daar dan de tijd voor. Vorm een strategie, bedenk hoe u zoiets op lange termijn goed kan vermarkten. Iemand die mij zodoende belt dat hij teksten nodig heeft voor een nieuwe site en dat het morgen af moet zijn, is in mijn ogen niet goed bezig. Liefst hebben ze het zelfs nog gisteren. Maar voor gisteren kan ik immers NU niet meer nadenken, dat is namelijk al geweest! ;-)

“Nu ja, ik hoop dat u het intern kunt regelen”, zei ik vriendelijk. Daarop zweeg de man weer even. Ik dacht dat hij het minstens bij vier andere belangrijke managers moest neerleggen dat het nou niet vandaag geschreven zou worden, maar overmorgen. Wat bleek: “Ja, eh, nou, ik ga daar zelf over, dus wat dat betreft is het bij deze akkoord.” (…) Misschien denkt u na het lezen van deze blog: ‘Ik ga nooit naar Davinckie, want die zet me voor lul op haar site.’ Geloof me, zo is het niet. Ik wil aangeven wat mijn vak inhoudt. Voor creativiteit heb je ruimte nodig. Dus als u gisteren een tekst nodig had, dan moet u gewoonweg niet bij mij zijn. Ik herzie mijn slogan bij deze: ‘Geef mij uw woorden, de ruimte, en ik schrijf uw verhaal.’ Ik doe dat met liefde!

de zin en ONzin van Twitter

zondag, 15 januari - 2012

“Ik snap er he-le-maal niks van. Daar moet de vorst overheen, staat hier.” Sinds mijn vader twittert, worden onze telefoongesprekken steeds onduidelijker… Het begon geloof ik met de iPhone. Toen moest hij ook maar aan de Twitter. Hoort erbij niet waar? Maar u kent mijn vader niet. Dat is iemand die alle huis-aan-huisfolders en kranten zorgvuldig doorneemt. En niet als koopjesjager, maar als communicatiejager. “Moet je kijken wat ze hier nu weer voor onzin verkopen! ‘Te koop: Rijbroek voor dames met soepele voorkant’. Wie SCHRIJFT dit?” Ja, de zondagen thuis waren standaard sitcoms. (Mijn vader in stoel, hoofd verstopt achter krant, live commentaar.) :-)

Dit terzijde. Als ik nu met ‘m aan de telefoon zit (de ‘vaste’ telefoon, met netnummer), heeft hij tegenwoordig in z’n andere hand z’n mobieltje. Met Twitter. Als een soort game. Denk ik. “Mariek, het gaat mijn pet te boven. Dan zie ik een tweet van Claudia de Breij, die schrijft: “Twittert u mee vandaag? De Elf Steden, #daarmoetdevorstoverheen.” Dan kun je iets met die hashtag, volg ik die, krijg ik allemaal mensen die vinden dat de vorst ergens overheen moet. Zelfs de koningin zelf bemoeit zich ermee.”

Ik weet niet waar ik moet beginnen met mijn reactie. Ik begin maar met de koningin. “Nee pap, dat is vast een nep-account.” “Waarom zou je een nep-account als de koningin willen hebben?” Ik wil het uitleggen, maar weet op die vraag eigenlijk geen zinnig antwoord. De koningin als alterego, zou dat kunnen? “Eh, om maar iets te kunnen melden, denk ik. Een soort online exhibitionisme. Dat je denkt dat je als koningin misschien meer gelezen wordt. Ofzo.” “Maar, als je vervolgens niets te melden hebt?” Heeft ‘ie weer een puntje. En hij gaat verder. “Luister, hier: ‘RT Claudia de Breij #daarmoetdevorstoverheen – #inNynkesbroekje’. In Nynkes broekje?! Of: Maxima, of: de PVV, of: Boerenkool, of: Spruitjes. Overal moet de vorst overheen. Marieke, WAT MOET IK HIERMEE?”

Hij heeft gelijk, ik kan het niet ontkennen. Wat moet je ermee? “Stoppen met twitteren,” zeg ik noodgedwongen. Want de gemoederen lopen hoog op in huize Vinckers. Als communicatieman houdt mijn vader van zinvol en helder communiceren. Hij heeft dat jarenlang uitgelegd aan bedrijven en studenten. Propte powerpoints vol met de folders die hij de hele zondag had zitten doorspitten. De zin van Twitter ontgaat hem nu compleet. En terecht. (Vinck: je zou denk ik goud geld kunnen verdienen door als een soort #MopperendeMan powerpoints vol te stoppen met tweets die niet deugen. Dan maak je van je ergernis comedy en stap je ’s avonds glimlachend je bed in.)

Begin januari gaf Meine Nijenhuis van Sterc een social mediatraining aan relaties van me. Diezelfde vraag kwam ter sprake: wanneer hebben social media toegevoegde waarde? Meine had een zinvol antwoord: er moet een (marketing-)gedachte achter zitten. Je moet van tevoren een doel bepalen. Je boodschap helder verwoorden. Ook consequent zijn daarin. Doelgroepen bepalen. Terug naar de basis van communicatie. En, belangrijk, je moet binnen je vakgebied iets te melden hebben. Alleen de mensen volgen waarvan jij denkt dat ze voor jou nuttige informatie hebben.

Met andere woorden, pap: skip #daarmoetdevorstoverheen en verder iedereen die #nietstemelden heeft. Beter nog: leg je phone aan de kant en pak lekker ouderwets een folder. Dat maakt ook nog zo’n gezellig ritselend geluid. Samen met mams even de kranten doorlezen, net als vroeger. #Nostalgie. En dan af en toe even lachen om het hondenpootje bij een overlijdensadvertentie. Ik hoor je nog glimlachend brommen achter het dunne papier: “Ach hier, Woefje wilde ook nog wat zeggen.”

Hidden Babe System

zondag, 8 januari - 2012

“Je enige redding is een mooie babe die achter een bureau dit verschrikkelijk saaie document met zwoele stem voorleest.” Toegegeven, het was niet een heel geëmancipeerd voorstel, maar toen mijn financiële man vroeg of ik het saaie document wilde vertalen in iets aantrekkelijks, was dat eigenlijk het eerste wat ik voor me zag. Je zag zijn ogen even oplichten, maar toch waren we er snel over uit dat het niet echt de beste optie was. Het lekkere wijf ging dus de bureaula in. Het moest iets zakelijker.

De communicatiegedachte van opdrachtgevers blijft nog wel eens stokken bij: “Ik wil een folder. Kun jij die maken?” Ja. Dat kan. Maar wat is je doel? Wie is je doelgroep? Wat is je boodschap? Zou de doelgroep die folder ook daadwerkelijk pakken om te lezen? Genoeg vragen te beantwoorden eer je ‘ja’ tegen de folder zegt. Nu ben ik sowieso niet zo’n foldermeisje; gooi ze zelf altijd ongelezen weg, of er moet een heel mooi beeld op staan. Ik ben dan wel tekstschrijver, maar een beeld kan je nou net even een brochure intrekken.

Na een brainstorm met mijzelf (lekker bezig) koppelde ik een voorstel terug. Het saaie document bleek een verplicht nummertje vanuit de Autoriteit Financiële Markten. Er schijnt een crisis te zijn waardoor alles rond financiën wat strenger is geworden. Financiële mannen moeten dus heel goed uitleggen wat ze doen en vooral: voor hoeveel ze iets doen. De marges zijn daardoor bij sommigen gelijk wat minder geworden. ;-)

Mijn financiële man is overigens een open boek(houder), dus over marges maak ik me bij hem nooit zorgen. Transparantie noemen ze dat in grote bedrijven. Het leuke aan deze financiële man is, dat hij vaak openstaat voor nieuwe dingen. Dus toen ik voorstelde een kort bedrijfsfilmpje te maken waarin we gelijk zijn werkwijze zouden verwerken PLUS de noodzakelijk AFM-informatie op pdf beschikbaar zouden stellen op zijn site, was hij ervoor in. Leuk projectje voor Davinckie: ik doe weer ’s iets anders. Foto’s verzamelen, script schrijven, de teksten inspreken en het filmpje laten maken! Als u daarvoor nou nog eens een leuke partner zoekt, neem dan contact op met NIP Mediaproductions.

Toen ik het de eerste keer aan een collegaatje liet zien, zei die (zonder van mijn aanvankelijke babevoorstel met zwoele stem te weten): “Tjong! Wat een zoetgevooisd geluid!” Ah. Heb ik onbewust toch nog iets van het oorspronkelijke idee laten bestaan, dacht ik. Waarheid was dat deze vroege vogel ’s ochtends om 07:00 het filmpje insprak. Je moet overigens wel even tot 1minuut58 kijken om nog een glimp van de babe te zien. Ik weet het: ‘t is een beetje jaren ‘90, HIDDEN SOUND SYSTEM Jiskefet-aanpak. Maar ik heb het schatje toch voor één seconde uit die bureaulade getrokken.  Doelgroepsdingetje. Hidden babe system. Ik blij, opdrachtgever blij. Moraal van het verhaal? Deze Vinck is voor de verandering eens op een nieuwe tak gaan zitten. Wilt u een bedrijfsfilmpje? Bel Davinckie of: Nip Mediaproductions!