Lieve Joop,
Gisteren zag ik je in de rij staan achter de Westerkeyn. De rij waarin vrijwilligers, muzikanten en theatermakers staan om hun eten te halen. Het eten waarvoor het keukenteam elke dag een VET applaus krijgt van de 850 vrijwilligers die voor Oerol werken. En ik dacht even aan die mevrouw die ik laatst uit het kantoor in Midsland zag komen en tegen haar man zei: “Volgens mij hebben ze hier last van bureaucratie.” Of er nu iets met een kaartje of een toegangsbandje was, dat kreeg ik niet mee. Maar ze gebruikte er dure woorden bij die vaak eindigden op ‘ie’. Hiërarchie hoorde ik ook nog voorbij komen.
En toen kwam jij voorbij. Joop. En je vroeg met je vriendelijke snor of je mevrouw kon helpen. Ik hoorde alleen haar hoge stem toen ze achter je aanliep. Het zal iets geweest zijn van ‘Tuterdetuut iehiehie’. Binnen 30 seconden stond ze weer buiten. Haar man (iets rustiger van aard, de relatie mooi in balans zou ik zeggen), vroeg of het geregeld was. “Ja. Helemaal.” Je had het helemaal geregeld Joop. Ik weet niet of die vrouw wist wie je bent. Misschien dat ze in dat geval iets zou temperen in haar ie-woordgebruik.
Mijn beleving van de Oerol-organisatie is namelijk heel anders, die eindigt niet op ie, maar begint ermee. Iedereen helpt elkaar. Oerol zou net zo goed een synoniem kunnen zijn voor ‘we doen het samen’. Ik zag je in die rij staan en dacht: Wat zul je voelen Joop? Als je hier toch tussen al jouw mensen staat. Want mag denk ik de emotie wel zijn. Dat je de vader der vrijwilligers bent. Padre de Familia. Ik dacht, ik ga je schrijven Joop. Ik wil je zeggen dat ik er he-le-maal niets van begrijp.
Hoe heb je dit voor elkaar gekregen? Ik rijd over dat eiland. Tranen in mijn ogen. Niet alleen omdat de wind het woord voert, maar ook door de schoonheid van de kunst. Jij hebt er ooit van gedroomd. Is dit wat je zag? Ik hoor mensen die al vijfentwintig jaar Oerol bezoeken, zeggen dat het ‘anders is dan vroeger’, en ik vraag me af of zij ècht niet weten dat dat nu eenmaal het motto van ‘t leven is. Dat de dingen veranderen.
Voor mij is dit elk jaar weer nieuw Joop. Ik wandel er als vrijwilliger doorheen, ik zie jouw mensen op kantoor werken van ’s ochtends (heel) vroeg, tot ’s avonds (heel) laat. De dames bij de receptie, die elke dag wel iemand aan de balie ontvangen die om de één of andere reden moppert of ‘iehiet’, die tien dagen lang blij lachend in dat hokje zitten en iedereen even vriendelijk blijven helpen. De mensen die perscontacten verzorgen, de site bijhouden, de dagkrant vullen, de Vrienden van Oerol ontvangen, de techniek verzorgen, productie, huisvesting, vrijwilligerscoördinatie, veiligheid, en de mensen die eilandgasten bellen als er een voorstelling wordt afgeblazen omdat de wind waait Joop. HOE voel jij je als je daar tussendoor loopt?
Ik heb het me ingebeeld. En ik kon er niks anders van maken dan een lichte euforie. Een geluksgevoel. Een moment om een kleine dans te maken in de branding, stampend in het zoute water. Dat die droom is uitgekomen. Dat het is gelukt. En dat ZO veel mensen om je heen die droom van jou elk jaar weer willen waarmaken Joop. Ik word daar stil van. Elke dag een beetje meer. En daarom wilde ik je schrijven Joop. Om je dat te laten weten. Ik doe vandaag dat dansje in de branding wel. Behoud jij die ingetogen euforie. Jij tussen je mensen, ik bij de zee ~ en toch een beetje samen.

