Categorie: ‘Portret’

De Koning, het lied en het leed

dinsdag, 14 mei - 2013

Over het koningslied is eigenlijk al (te) veel gezegd. Daar gaat deze blog ook niet over. Hoewel ik het niet kan laten te vermelden dat ik het wel behoorlijk knap vind dat ik sinds de koning zijn kroon draagt (oh nee! Heel gek. Die lag daar alleen op zo’n rood kussentje als …. sierraad? Te wachten op het Koninklijke hoofd gezet te worden, maar, dat werd vergeten ~ of: dat hoorde niet bij het protocol. Ik heb het in ieder geval niet begrepen. Een kroningsdag zonder kroon. Da’s toch apart? En dan wel de hele tijd inzoomen op het gouden kopstuk, enfin…), sinds de dag dat Willem Koning is ik dagelijks die ene zin van dat koningslied in m’n hoofd heb.

“De dag die je wist dat zou komen is eindelijk daaaarrrrr. Ben je er klaar voor? Kun je dat ooit echt zijn?” Elke ochtend ontwaak ik met die zin die je niet wist dat zou komen. Ik heb dat vaker met Hollandse meezingers die ik liever niet wil meezingen. De makers planten een zaadje in je hoofd en ongemerkt ken je ineens TOCH die tekst! Dat vind ik dus knap. Dit geheel terzijde.

Laten we het eens over de FOTO hebben namelijk. HET staatsieportret. Nu snap ik dat het koningshuis een huis is van tradities. Maar als ‘Willie’ toch zelf aangeeft niet protocollair te willen werken en dicht bij de mensen te willen staan…. hoe bedenk je dan zo’n foto? Ik reken het hem persoonlijk overigens niet aan. Het is denk ik een combinatie van de traditie en de fotograaf. Die laatste heeft erg zijn best gedaan om het woord staatsieportret heel letterlijk te vertalen.

In het groot woordenboek der Nederlandse taal staat: staatsie: (de; g.mv), *1602* waarschijnlijk een versmelting van stage en staat 1 uiterlijke praal en pracht, syn. vertoning, veel staatsie voeren, te hoge staatsie in kleding: – praal die bij bep. gelegenheden tentoongesteld wordt (…) 2 prachtige of plechtige optocht (…) staatsieportret (het), plechtig portret.

Goed, plechtig moet het zijn dus. In dat woord zit ‘plicht’ / ‘verplichting’ ~ en precies dat is wat het portret uitstraalt. Willie moest wel, maar hij had er eigenlijk geen zin in. En misschien zelfs: heeft er geen zin in. Moet je nou toch zien. Het is aandoenlijk. Hangende schouders en een blik die zegt: “Ja, sorry, ik kan er ook niks aan doen.” (En iets van: Mijn onderbroek zit tussen m’n billen, maar die kan ik er NU toch niet uittrekken?!)

Op het staatsieportret met Máxima ernaast perst hij er nog een glimlach uit, maar op dit beeld is het Màxima die jankend terug wil naar haar vaderland. Nee, voor een stel dat toch zomaar het podium opspringt waar dj Armin van Buuren geen kans krijgt om de Boléro van Ravel te verkloten (omdat de geluidsman per ongeluk vergeten is zijn volume hoog te zetten), is dit verplichte portret toch echt knap mislukt. Het is te statig. En overal waar ‘te’ voor staat is per definitie niet goed.

Lees verder…

Koningsleed: het staatsieportret

dinsdag, 14 mei - 2013

De grote vraag is: ligt het nu aan de koning, of aan de fotograaf? Je zou zeggen dat de koning baas is over zijn eigen beeld, dus misschien heeft Willem het zo wel gewild. Het portret mist evenwel gezag, trotsheid die een koning wat mij betreft mag uitstralen. De fotograaf was op zijn beurt misschien zenuwachtig. Durfde geen duidelijke aanwijzingen te geven.

“U staat er wat stijfjes bij majesteit.” Of: “U heeft de handen gebald, dat kan de illusie wekken dat u een beetje onzeker bent.” (…) “U màg wel lachen. Het is geen paspoortfoto immers. Het is DE foto van DE koning. Dat bent u. Straks.” Maar misschien vond Willie het niet om te lachen. Dat kan heel goed. Hij heeft immers niet gekozen voor deze baan. Als ze vandaag tegen mij zeggen dat ik administrateur moet worden bij een kippenslachtfabriek, dan sta ik ineens ook niet meer lachend op de foto.

Maar TOCH. Het gaat hier ergens om, zou je zeggen. En dan kom ik op de kunst van fotograferen in opdracht. Als je gevraagd wordt een portret te maken, dan wil je (lijkt me) toch het liefst dat het beeld iets uitstraalt, dat het iets met de kijker doet. Dat je de ziel naar boven haalt. De ziel van Máxima ging jammerlijk verloren toen de fotograaf op de knop drukte.

Voor een publieksversie van gemeentelijk rapport dat ik ooit vertaalde, hadden we een foto van de burgemeester nodig voor het voorwoord. Ik kreeg eentje aangeleverd, gemaakt door de ‘hof-fotograaf’ van die gemeente. Een staatsieportret. Ketting om. Serieuze blik. Terwijl wat ik geschreven had over de prachtige natuur van die gemeente ging. In dat rapport stond hoe MOOI alles daar is. En dan staat er een burgemeester in die bedroefd in de lens kijkt. Het publiek koopt daar niks voor. Eén zo’n portret en je gelooft al niet meer wat er in dat rapport staat.

Ik huurde zodoende mijn eigen ‘hof-fotograaf’ in. Eentje die weet hoe je mensen moet loskrijgen. Eentje die de ziel naar boven weet te halen. Eentje die ervoor zorgt dat er een verhaal verteld wordt en daar ook de tijd voor neemt. Kijk: zo doe je dat: www.2xkijken.nl ~ ik ben benieuwd of hij Willem zover had kunnen krijgen TROTS te zijn op zijn land. Dat Willem zou uitstralen: ‘KIJK: hier doe ik het voor. Ik ben uw koning, de dag die ik wist dat zou komen is eindelijk daar ~ en ik heb er ZIN in!’

Afzetten die hap!

woensdag, 9 november - 2011

Wij wonen op een afgelegen plekje. Wij: mijn buren en ik. Je moet ook echt even tweehonderd meter lopen eer je bij ons huis bent. We zijn niet aangesloten op ‘t riool. Echt buitengebied zogezegd. Er ligt nog wel een tv-kabel buiten, maar die heb ik ook niet aangesloten. Er ligt ook nog een waterleiding, maar die is lek op sommige plaatsen.

Toen waterlieden laatst kwamen om dat te repareren, kwamen ze er tot hun grote schrik achter dat die leidingen nog van koper zijn. Da’s niet meer van deze tijd. Dus; ons tweehonderdmeterwandelpaadje wordt binnenkort open gegraven om daar nieuwe waterleidingen te leggen.

Nu hoort bij zo’n nieuwe leiding kennelijk ook een nieuwe aardpen. (Zo’n unit waardoor  je onder de douche niet geëlektrocuteerd wordt.) Daar heeft de waterorganisatie dan een onderaannemer voor die aardpennen in de grond slaat. En dat gaat diep hoor! Zo’n zes meter! Knap werk.

Net zo knap is het, dat de onderaannemer die dat hier kwam doen, dacht: ‘Als mensen niet aangesloten zijn op het riool, dan zullen ze ook wel geen aansluiting in de kop hebben’, of iets dergelijks. Wij waren gebeld door het waterbedrijf dat zij de kosten voor de aardpen zouden betalen. Zegt die fijne pendraaier zodra hij klaar is: “Nou, da’s dan tweehonderdenvijftig eurootjes mevrouw!” (Pardon?) “Ik heb begrepen dat Vitens dat betaalt, ik niet.”

Ai. Kink in de kabel. Prompt zegt die vent ook nog: “Oh, dat heeft mijn baas niet gezegd, dat jullie dat wisten.” Yes, draai jezelf maar lekker zes meter diep vast in de grond die onder je voeten wegzakt knaap. Die dacht werkelijk even handje contantje 250 pieken in z’n zak te steken. Als wij dus niet beter wisten, dan hadden we dat nog in goed vertrouwen betaald ook!

Dat je toch zo je werk durft te doen! Het zou mijn manier niet zijn. Ziet u het voor zich? Dat een reclamebureau mij bijvoorbeeld betaalt voor mijn diensten ~ en ik daar bovenop nog even mooi een factuurtje bij u neerleg. Lekker makkelijk geld verdienen. Maar zo doen we het hier op ‘t platteland niet! “Staat je deur altijd open?”, vroeg die knakker. Dacht waarschijnlijk dat hier nog wel iets te halen viel ook. “Alleen voor eerlijke mensen”, zei ik. Pfff… ben later maar even onder de douche gaan staan. De shock was vrij groot.

Ik wens u een fijne, eerlijke dag met eerlijke mensen.

Doe eens iets Ankers

zondag, 14 november - 2010

Eén keer in de zoveel tijd doen mijn vriendin Nynke en ik eens ‘iets anders’. Zo zijn we een keer met de wijkagent van Heechterp-Schieringen mee geweest, zo hebben we al eens een dagje met de gemeentewerkers in het perk gestaan, zo hebben we de boer geholpen met het melken van zijn zestig koeien en meer van die dingen die wij dagelijks niet doen. Waarom? Simpelweg om ervan doordrongen te raken hoe onze maatschappij in elkaar zit. Dat iedereen zijn eigen vak heeft. Dat mensen het (vaak) minder getroffen hebben dan wij. Als er iets op ons pad komt waarvan we denken: dat past bij ‘doe eens een dagje iets anders’, dan maken we een afspraak.

Zo kwam advocaat Wim Anker onlangs op mijn pad. Nou ja, niet geheel zonder reden; ik mocht hem interviewen voor Posipost. Een prachtig initiatief van een jonge vent die wel eens wat meer positief nieuws wil brengen. Dat daarvoor geen adverteerders te vinden waren, vind ik persoonlijk erg jammer. Niet omdat ik geschreven heb voor het blad, maar omdat zulke initiatieven bijzonder zeldzaam zijn en JUIST bestaansrecht verdienen.

Het bracht mij een mooie ontmoeting. Wim Anker was de eerste die gehoor gaf aan mijn verzoek het interview al wandelend te doen. Veel mensen gunnen zich daar geen tijd voor. Maar of je nu aan het bureau zit en je vragen stelt, of door de stad wandelt… Enfin. We spraken met elkaar. Ik vertelde hem later tijdens een borrel over wat Nynke en ik zo nu en dan doen. ‘Iets anders’. Anker nodigde ons uit mee te komen naar een ledenvergadering van de Rabobank waar hij een lezing zou houden over zijn vak. Zowel de ledenvergadering als de lezing bleek uiteindelijk te vallen onder onze titel.

Hoe overtuig je mensen dat je staat voor wat je doet? Helemaal als het iets betreft wat niet iedereen je in dank afneemt? Luister naar de gebroeders Anker. Vorige week waren zij te zien in de Wereld draait door. Ze kondigden daar de documentaire aan die over hen is gemaakt. Maandag 15 november 2010 wordt het tweede deel daarvan uitgezonden op Nederland 2, om 23:00 uur: NCRV Document Anker&Anker. Ik beveel u aan deze documentaire te zien, gewoon, om de wereld eens van een andere kant te bekijken.

————————————————————————————————————————————————-

En voor wie toch nog een beetje Posipost wenst, lees hier het portret van Anker: Posipost artikel Wim Anker

Frysk? Of course!

dinsdag, 8 juni - 2010

M’n vriendin en collega-schrijver Nynke aan de lijn: “Heb een klus voor je chick.” Ik had me nog niet eens officieel ingeschreven bij de KvK. Dacht: dat doe ik op 1 mei, dat lijkt me zo’n mooie begindatum. Typische vrouwenredenatie natuurlijk. Eierstokken. Enfin. Mijn eerste klus dus. “Wat dan?!”, riep ik – ik maakte er al een sprongetje bij. Het voelt GOED om zelfstandig ondernemer te zijn. “Ja, eh, nou, ’t is voor De Moanne. Een Fries cultureel opinieblad.” Dat klonk aardig. Alleen door de twijfelende ‘ja…eh…nou…’ wist ik dat er nog een staartje aan zat.

“Dat moat wol yn it Frysk.” Dat moet wel in het Fries, zei Nynke. Maar ze voegde eraan toe dat ze daar alle vertrouwen in had en dat zij het wel wilde nakijken. Zodoende (sadwaande, zeggen we hier) belde de volgende dag de Afûk (een instelling die onder meer het gebruik van de Friese taal wil bevorderen.) Klotsende oksels natuurlijk, want nu moest ik wel even laten zien dat ik als import-Fries me de taal aardig eigen heb gemaakt.

Het gekke is: op de fiets heb ik altijd hele conversaties in het Fries met mezelf. En dat klinkt opperbest, al zeg ik het zelf. Maar als dan ineens m’n buurman voor me staat, begin ik alsnog te hakkelen. Dat komt omdat ik nog altijd niet Fries denk. En ik vraag me af hoe dat er vroeger met Duits en Engels in is gestampt. Want dat komt er gewoon uit zodra het nodig is. Enfin. Ik heb het artikel geschreven. Dat was op basis van een prachtig interview in Amsterdam, met een bassiste die tot voor kort in IJlst woonde en via youtube (jawel: zo’n succes story) zichzelf in de kijker heeft gebasst.

Mijn hoop is dat ik mijzelf in de kijker schrijf, ook als het ‘ja…eh..nou…yn it Frysk moat’. Moai wurk. Het artikel staat in de uitgave van juni. Kijk ook eens op www.demoanne.nl